| Nieuwe longen - een nieuw begin
In 1983 werd bij mij een afwijking in de longen vastgesteld die A.A.D
werd genoemd. (Later vernoemd door mij tot Aadje.) Dit is een afwijking
aan de longen die erfelijk is. Zowel mij vader als mijn moeder hadden
beiden een gedeelte van dit verkeerde gen bij zich. Ik werd er met 100%
mee belast.
Onze twee zonen weten dat zij ook mijn deel weer hebben "'meegekregen".
Gelukkig heeft mijn vrouw deze afwijking niet en hebben zij beiden het
voor een gedeelte. Ik geef ze als voorbeeld mijn moeder, hun oma, die ruim
90 jaar is en nog steeds geen last heeft van haar longen!
Vanaf 1983 is mijn gezondheidstoestand ieder jaar verder achteruit
gegaan. Tot en met 1994 heb ik mijn werkzaamheden door kunnen zetten. De
laatste jaren met onstellend veel medicinale pufjes om het zo lang
mogelijk nog te kunnen volhouden.
Dan komt de tijd dat je niet meer in het directe arbeidsproces zit. In
het bedrijf van mijn vrouw kan ik zo nu en dan denkwerk verrichten
waardoor ik iets kan blijven doen. Al is het dan, vergeleken met mijn werk
daarvoor, bijna niets.
In de loop der jaren ben ik gescreend en afgewezen omdat de capaciteit
van de longen nog (net) voldoende was om mee verder te kunnen leven.
Steeds kleiner word je wereld - een rolstoel - 24 uur per dag zuurstof
(zelfs onze auto hebben wij laten ombouwen zodat de zuurstof concentrator
op 220 volt kon blijven draaien).
Mijn uiterst positieve instelling (en gelukkig die van mijn vrouw ook)
JE MOET NIET PRATEN OVER WAT JE NIET KUNT, MAAR ALLEEN OVER DATGENE WAT JE
W E L KUNT!
Op 27 augustus 2001 krijg ik dan eindelijk bericht dat - na alle testen
en voordracht aan de medische staf die hierover gaat de melding dat ik op
de wachtlijst sta.
Exact twee maanden later, op 27 oktober 2001 zitten wij gezellig 's
avonds bij vrienden als onze mobiele telefoon gaat en men vraagt of ik in
Nederland ben en of ik "goed gezond ben", m.a.w. geen griep of iets
dergelijks en OF IK NOG STEEDS GETRANSPLANTEERD WIL WORDEN, want er zouden
donorlongen zijn.
Na een héél spannend uur het verlossende telefoontje dat het er naar
uitziet dat ik getransplanteerd ga worden. Onze vrienden brengen ons naar
het U.M.C. in Utrecht, waar ik al verwacht word. De emotionele ervaringen,
zo vlak voor de operatie, samen met mijn vrouw zijn misschien wel de
mooiste van ons samenzijn en dat is inmiddels ook al 34 jaar.
Ik word alvast klaargemaakt voor een operatie waarbij de artsen nog
steeds melden dat het NOG STEEDS NIET DEFINITIEF IS OF DE TRANSPLANTATIE
DOOR KAN GAAN.
Pas na enkele uren krijgt de arts het sein door dat de donor longen er
goed uitzien en dat het doorgaat. Mede dankzij mijn geloof in Hem voel ik
mij heel erg rustig en neem afscheid van mijn vrouw. Dan zijn er, direct
na de operatie een paar dagen waar ik mij hoegenaamd niets van kan
herinneren, op de intensive care afdeling - goed onder de morfine - is het
als in een roes maar wel heel vertrouwenwekkend omdat er altijd iemand in
je directe nabijheid is.
Dat wordt ander als ik naar de longafdeling ga. In een eenpersoonskamer
waar niet direct iemand van de verpleging aanwezig is. Paniek... wat kan
er nu allemaal nog mis gaan.
De gespecialiseerde verpleegsters weten mij te overtuigen dat zij het
wel goed in de gaten houden.
Nu gaat het iedere dag beter en na 7 dagen na de operatie gaan de
laatste drains uit het lichaam. Bevrijd van alle draden en buizen lekker
vrij om o.a. zelfstandig naar het toilet te kunnen gaan.
Al na 17 dagen ziekenhuis naar huis. Moeilijk om te ervaren hoe je met
de nieuwe situatie om moet gaan. In het ziekenhuis was men er heel erg
alert op dat alles heel erg steriel was en van het ene moment waarop je
daarover aangesproken wordt om daar voorzichtig mee om te gaan, kom je in
de wereld daarbuiten waar alle ziektekiemen, bacillen op de loer liggen.
Het is verbazingwekkend hoe snel ik weer op de been ben en de trap op
lopen kon ik al na 10 dagen.
Een Godswonder heb ik het genoemd in Contrastma.
Wout den Boggende
|