|
|
![]() |
|
|
|
| HOME | Verleiden tot donatie September 2004 Beïnvloeden van burgers vereist ander beslissysteem De wachtlijsten voor transplantatie blijven onaanvaardbaar lang. Wil de overheid stimuleren dat burgers vaker toestemming tot donatie geven, dan zal ze moeten kiezen voor een geen-bezwaarsysteem.
Volgens de Wet op de orgaan-donatie (WOD) uit 1998 mogen van overledenen
alleen in twee gevallen organen voor transplantatie worden uitgenomen.
Allereerst als zij daar zelf toestemming voor hebben gegeven. Maar als zij
geen beslissing hebben laten registreren, mag het ook als hun nabestaanden
toestemming geven. In de meeste andere Europese landen worden van tevoren
alleen bezwaren tegen donatie geregistreerd: wie geen bezwaar maakt, is
donor. In sommige landen houden de nabestaanden echter wel het wettelijk
recht zich dan alsnog tegen uitname te verzetten. En ook in de landen
waarin de wet hun dat recht niet toekent, wordt dat hun in de praktijk
gegund. Relevantie
In het onlangs verschenen evaluatie-rapport wordt echter een andere
conclusie getrokken.1 Organen van hersendode donoren komen vooral
beschikbaar wanneer de betrokkenen overlijden door een CVA (beroerte) of
door een ongeval. Van de tien Europese landen die in de vergelijking zijn
betrokken, worden de aantallen personen vastgesteld die jaarlijks aan deze
oorzaken overlijden, per miljoen inwoners. In een eerder rapport van het
NIVEL wordt dat aantal het donorpotentieel van een land genoemd.2
Vervolgens wordt de verhouding vastgesteld tussen de opbrengst per land en
dat donorpotentieel: de donorefficiency. (In dit rapport worden die
begrippen eufemistisch omschreven.) Op de zo bepaalde ranglijst blijkt
Nederland verrassend genoeg op de derde plaats te prijken; de beide andere
landen met een toestemmings-systeem staan op de zesde en negende plaats. Fataal hersenletsel
In het rapport worden de NHB-donoren bij de berekening van de
donorefficiency meegenomen. Het argument daarvoor is dat zij voor het
merendeel afkomstig zijn uit dezelfde categorieën overledenen als de
HB-donoren: CVA-patiënten en slachtoffers van een ongeval, de categorieën
die samen het donorpotentieel bepalen. Het gaat hierbij om patiënten met
een fataal hersenletsel bij wie verdere behandeling als zinloos wordt
beschouwd. In theorie zou bij die patiënten de beademing kunnen worden
voortgezet of zelfs gestart tot het moment waarop deze mensen hersendood
verklaard kunnen worden. Dat zou in Nederland op ethische bezwaren
stuiten. De vraag is nu wat er met deze categorie patiënten in andere
landen gebeurt. Waarschijnlijk gelden in sommige landen dezelfde
opvattingen over zinloos medisch handelen als in Nederland, maar wordt in
een land als Spanje kunstmatige beademing wel langer voortgezet. Daardoor
zou een deel van de patiënten die bij ons alleen in aanmerking komen voor
NHB-donatie in zo’n land uiteindelijk als HB-donor beschikbaar kunnen
komen. Maar stellig niet meer dan een deel. Missers
We ontkomen er niet aan de afzonderlijke factoren te bekijken die de
donor-efficiency bepalen. Twee van die factoren zijn het abstineerbeleid
en de aandacht voor NHB-donatie. Nu weten we dat er in de donatieprocedure
op twee plaatsen flinke aantallen bruikbare organen worden gemist: bij de
herkenning van potentiële donoren en bij de reactie van de nabestaanden op
de donatievraag. Het is duidelijk dat het beslissysteem geen invloed heeft
op de eerste factor. Als het relevant is, zou het gevolgen moeten -hebben
voor de tweede factor. Waar we dus meer aan zouden hebben gehad, was een
overzicht van het aantal familieweigeringen bij niet-geregistreerden per
land. Overgang
Wat ons ook meer zou kunnen leren dan een internationale vergelijking van
de benuttingsgraad van donorpotentiëlen, is de bestudering van de gevolgen
van de overgang van het ene systeem naar het andere in één land. Het
rapport kiest Zweden voor nadere bestudering en komt tot de conclusie dat
de overgang daar niet tot een duurzame stijging van het aantal donaties
heeft geleid. Het rapport geeft ook de verklaring: het wettelijk systeem
werd wel veranderd, maar in de praktijk -ver-anderde er niets. Dezelfde
artsen gingen door met het op dezelfde manier stellen van de donatievraag
aan de nabestaanden. Rekwestor
De centrale beleidsvraag op het ogenblik is inderdaad niet de kwestie van
het beslissysteem. Het is de vraag of de overheid zich tot doel wil
stellen de beslissingen van burgers en nabestaanden in de richting van
donatie te beïnvloeden. Dat houdt dus een beperking van het
zelf-beschikkingsrecht in.4 Er zijn allerlei aanwijzingen dat daarmee nog
een aanzienlijke winst kan worden behaald. Zo blijkt het antwoord van de
nabestaanden op de donatievraag sterk af te hangen van de manier waarop
die vraag wordt gesteld: sommige artsen stuiten in minder dan 30 procent
van de gevallen op een weigering, anderen in meer dan 70 procent. In een
groeiend aantal ziekenhuizen wordt de donatievraag niet meer gesteld door
de behandelend arts van de overledene, maar door een speciaal daarvoor
aangestelde en opgeleide ‘rekwestor’. Een ontwikkeling die in het rapport
vreemd genoeg niet wordt besproken. Het wringt trouwens ook dat dezelfde
arts van wie de familie een maximale inzet tot het einde voor de belangen
van zijn patiënt verwacht, nu opeens ook andere belangen in zijn
achter-hoofd blijkt te hebben. Legitimerend element
Als de minister voor dit beleid kiest, moet hij wel degelijk ook het
beslissysteem wijzigen, ook al zou dit op zichzelf geen positieve
resultaten hebben. Het komt aan op veranderingen in de praktijk. Maar
daaruit kun je niet concluderen dat het wettelijk systeem er niet toe
doet. Het systeem kan een essentieel legitimerend element zijn in een
pakket dat die veranderingen in de praktijk omvat. Bron: Medisch Contact, september 2004
|
click 'n go
nieuwe longen
say goodbye
welcome
bekijk ook
paginawillekeur
credits
Kaatje
Jannes
uw secretaris
arian
|
|
Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op
02 februari 2008 om
13:42 uur
|