GRONINGEN – Tien jaar geleden werd in het
Academisch Ziekenhuis Groningen een belangrijke stap gemaakt. Medici durfden
het aan om longtransplantaties uit te voeren bij ernstig zieke
longpatiënten. Inmiddels zijn 190 patiënten geopereerd. De resultaten zijn
bemoedigend maar er valt ook nog veel te verbeteren.
Dat
realiseert professor dr. G.H. Koëter, hoogleraar longziekten en begeleider
van het onderzoeksteam dat zoekt naar verbeteringen, zich terdege. „Grootste
probleem bij patiënten die een nieuwe long krijgen zijn de
afstotingsverschijnselen. Daar zijn we onmiddellijk na de operatie
natuurlijk op beducht. Maar ook na langere tijd kunnen zich complicaties
voordoen. Eén van de meest ernstige is de chronische afstoting, het
zogenoemde bronchiolitis obliterans syndroom (BOS).”
Het antwoord
op de vraag waarom juist na longtransplantaties afstoting een groot probleem
vormt, ligt eigenlijk voor de hand. Professor Koëter: „De long is speciaal
gebouwd om invloeden van buitenaf te neutraliseren. Bij het inademen komen
immers allerlei stoffen naar binnen die niet goed zijn voor het lichaam. Het
afweersysteem van de longen is uitstekend ontwikkeld. Als een chirurg een
nieuwe long plaatst, wordt het afweerapparaat automatisch in alle heftigheid
geactiveerd. Het enige dat we hieraan kunnen doen is het immuunsysteem
onderdrukken.
Reeds in de
jaren zeventig was het chirurgisch technisch mogelijk om longen te
transplanteren. Er waren destijds echter geen effectieve medicijnen
beschikbaar die de afstoting konden tegengaan. Wereldwijd werden in die tijd
een honderdtal mensen geopereerd. Ze overleden allen enkele uren na de
transplantatie zodat besloten werd te stoppen met de operaties. Twintig jaar
later waren betere medicamenten beschikbaar. Momenteel leven patiënten
gemiddeld vijf jaar met een getransplanteerde long. „Dat zegt niets over de
individuele patiënt”, benadrukt Koëter. „Er zijn er die veel langer weer een
kwalitatief goed leven hebben.”
De Groningse
longarts verwacht dat de afstoting de komende jaren verder teruggedrongen
kan worden. „Momenteel krijgen vrijwel alle patiënten vroeger of later te
maken met BOS. Dertig procent overlijdt er zelfs aan. De ontwikkelingen gaan
echter snel. Ik ben er van overtuigd dat we over een aantal jaren deze
chronische afweer beter kunnen beheersen.”
Een recent
onderzoek naar de kosten van een longtransplantatie heeft uitgewezen dat het
aanzienlijk goedkoper kan. Promovendus J. Ouwens heeft aangetoond dat per
ingreep € 45.000 kan worden bespaard. Koëter die Ouwens begeleidde tijdens
zijn onderzoek, legt uit dat de besparing inmiddels is doorgevoerd in het
Groningse transplantatieprogramma: „We hebben kunnen vaststellen dat
allerlei routinematig onderzoek bij de patiënt niet echt noodzakelijk is.
Het voegt niets toe aan de medische beoordeling van de patiënt.”
Een ander
aspect dat door Ouwens tegen het licht is gehouden, is de toewijzing van
longen aan patiënten op de wachtlijst. „We wilden graag een meer evenredige
verdeling van transplantaties onder patiënten met verschillende longziekten.
Tot voor kort gold: wie het eerst komt, krijgt ook het eerst een nieuwe
long. Nu bekijken we welke ziekte iemand heeft en kijken we ook naar de
progressie. Iemand met een ziekte die snel verloopt, kan eerder aan de beurt
komen. Zo krijgt iedereen een eerlijke kans om ook daadwerkelijk in
aanmerking te komen voor de levensreddende operatie.”