|
Ga hier direct naar: |
|
mijn update
11 November 2006
|
|
|
Hoofdmenu: |
|
|
| |
|
Submenu: |
|


 |
| |
|
Foto album: |
|


 |
| |
|
 |
|
 |
| |
| |
 |
 |
Artikel
uit CF-Nieuws (kwartaalblad van de Nederlandse Cystic
Fibrosis Stichting) van juni 2002 |
 |
dr. Wim van der Bij,
internist AZG |
|
| |
 |
In onderstaand artikel zal door dr. Wim van der Bij, mede
namens dr. Jules van den Bosch (longarts, Hart Long Centrum
Utrecht/Nieuwegein), dr. Peter van Hal (longarts, Erasmus MC, Rotterdam)
en drs. Karin Keizer (stafarts, Nederlandse Transplantatie Stichting), een
korte uiteenzetting gegeven worden over de regels rond de
donorlongtoewijzing (allocatie) in Nederland. |
Er is de laatste
tijd, zeker bij patiënten op de wachtlijst, maar ook bij de behandelaar,
vaak discussie over de plaats op de wachtlijst longtransplantatie. Wordt
deze bepaald door alleen de wachttijd of verandert deze naarmate de prognose
van het ziektebeeld slechter en dus kans op transplantatie geringer is? In
die discussie vallen dan begrippen als 'voorrang', 'wachttijd' en 'kans op
een aanbod'. Dit is, zeker in het licht van de donorschaarste, moeilijke
materie met vele technische en ethische kanten. In dit artikel worden de
technische en organisatorische kanten belicht.
|
| |
 |
De Wet |
Volgens de Wet op
Orgaandonatie (WOD) moeten transplantatiekandidaten in Nederland gelijke
kansen hebben op het toegewezen krijgen van een benodigd donororgaan.
Nederland dient derhalve gezien te worden als een regio met een wachtlijst,
met meerdere locaties waar getransplanteerd kan worden.
Artikel 18.3
van de WOD luidt als volgt: Bij de
aanwijzing wordt met geen andere factoren rekening gehouden dan met
de bloed- en weefsel- overeenkomst van donor en ontvanger van het
orgaan, de medische urgentie van de ontvanger en andere, met de toestand van
het orgaan samenhangende, omstandigheden dan wel, indien deze factoren geen
uitsluitsel geven, met de wachttijd van de ontvanger. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Dit artikel van de
WOD stelt dus onomwonden dat een ziekere patiënt voorrang heeft boven een
langer wachtende. Hoewel de zinsnede over urgentie in juridische zin
principieel en overzichtelijk is, en ook eenvoudig lijkt, is de praktische
uitwerking hierbij een erg ingewikkeld medisch probleem.
|
| |
 |
De praktijk van (hart)longtoewijzing |
De selectie van een
ontvanger van de voor transplantatie beschikbaar gekomen longen wordt met
behulp van een computersysteem uitgevoerd door Eurotransplant. De computer
gebruikt vier criteria om een potentiële ontvanger voor de longen te
selecteren.
Eerst worden de
ontvangers geselecteerd van wie de bloedgroep bij de bloedgroep van de donor
'past'. Met 'passen' wordt bedoeld dat het lichaam van de ontvanger het
orgaan van de donor niet direct afstoot tijdens de transplantatieprocedure.
Patiënten met bijvoorbeeld bloedgroep O kunnen alleen organen van een donor
met bloedgroep O ontvangen omdat het orgaan anders direct wordt afgestoten,
hetgeen de ontvanger zeer waarschijnlijk niet overleeft. Als deze eerste
selectie is gemaakt, wordt vervolgens gekeken naar de overeenkomst in totale
longcapaciteit (TLC, een longfunctiemeting) tussen donor en ontvanger (de
TLC is een maat voor de inhoud van de borstkas en wordt mede bepaald door de
lichaamslengte). Daarna wordt binnen de aldus ontstane groep gekeken naar de
medische urgentie.
Hierbij geldt dat
ziekere patiënten voorrang hebben en aan de mate van ziek zijn kunnen
klassen van urgentie worden gekoppeld. Nederland kent twee medische urgentie
klassen: hoog urgent (HU) en normaal urgent ofwel electief transplantabel
(T). Daarnaast gaan personen die wachten op een hart-longtransplantatie voor
op patiënten die wachten op alleen een hart of alleen een long. Dit is omdat
de kans dat een hart en de longen van een donor geschikt zijn voor
transplantatie kleiner is dan de kans dat alleen het hart of alleen de
longen geschikt zijn voor transplantatie. Binnen de medische
urgentie-categorie wordt tenslotte gerangschikt op wachttijd.
|
| |
 |
Volgorde |
De volgorde in de
(hart)longtoewijzing is, kort samengevat, dus:
1. Bloedgroep
'compatibiliteit' (passen donor en ontvanger?)
2.
TLC overeenkomst tussen donor en ontvanger
3. Geselecteerde
patiënten worden gerangschikt op urgentie:
a.
Hoog Urgente hartlongtransplantatiekandidaten
b. Hoog
Urgente longtransplantatiekandidaten
c. Normaal
Urgente hartlongtransplantatiekandidaten
d. Normaal
Urgente longtransplantatiekandidaten.
e. Binnen
deze vier subgroepen wordt gerangschikt op wachttijd.
Er is overigens een
uitzondering op bovengenoemde regel, en wel in het erg zeldzame geval van
een gecombineerde (hart)longlever transplantatie. Hiervoor geldt een z.g.
'mandatory exchange' regel, d.w.z. allocatie gaat in dit geval voor alle
andere urgentiestappen uit. Mocht op bovengenoemde wijze geen Nederlandse
ontvanger geselecteerd kunnen worden, dan worden de longen volgens dezelfde
toewijzingssystematiek aan een patiënt in een buitenlands centrum binnen
Eurotransplant aangeboden. Omgekeerd krijgen Nederlandse patiënten in tweede
instantie ook wel 'buitenlandse' donorlongen aangeboden.
|
| |
 |
Urgentie |
De vaststelling
welke patiënt op de wachtlijst nu urgent of het ziekst is, is een medisch
probleem. Hiervoor dient men te beschikken over goede patiëntgebonden
voorspellende factoren.
Deze zijn nog niet
direct voorhanden. Men zou kunnen denken aan de verschillende prognoses bij
de verschillende ziektebeelden, longfunctie-criteria of aan versnelde
achteruitgang van een patiënt. Het is dus moeilijk aan te geven waar de
grens ligt tussen urgent en hoog urgent.
Binnen
Eurotransplant (en ook Nederland) is enige jaren geleden afgesproken dat een
patiënt op HU gezet kan worden, indien hij/zij in het ziekenhuis opgenomen
is, en de behandelend arts van mening is dat deze patiënt hooguit nog
slechts enkele maanden te leven heeft. Dit is uiteraard een moeilijke
beslissing. Daarom blijft het overleg binnen de beroepsgroepen en
Eurotransplant over duidelijke vastlegging en intercollegiale toetsing van
de HU criteria actueel. Waar de grens tussen hoog urgent en normaal urgent
zou moeten liggen is het belangrijkste van de discussie. Erg ziek zijn met
weinig perspectief op een donorlong is dramatisch, maar lang wachten zonder
perspectief is niet veel beter.
|
| |
 |
Tenslotte |
In de
gedetailleerde regelgeving rond orgaantoewijzing en de vele discussies
rondom urgentie komt uiteindelijk alleen maar enige 'ontspanning', als de
behoefte aan orgaandonaties gedekt wordt door het aanbod. Iedere inspanning
tot verbetering van de donatiebereidheid bij de bevolking en van ziekenhuis-
en personeelscapaciteit is dan ook zeer welkom.
|
|
|
|