|
Ga hier direct naar: |
|
mijn update
11 November 2006
|
|
|
Hoofdmenu: |
|
|
| |
|
Submenu: |
|


 |
| |
|
Foto album: |
|


 |
| |
|
 |
|
 |
| |
| |
 |
 |
Artikel uit Medisch
contact, 31 mei 2002. |
 |
Jacqueline Smits,
Bernard Cohen |
|
| |
 |
 |
Zoeken naar de beste verdeelsleutel voor donororganen
|
 |
In geen enkel
verdeelsysteem krijgen alle patiënten op de wachtlijst op tijd een passend
aanbod voor een donororgaan. Deze schrijnende waarheid weerhoudt
Eurotransplant er niet van om via simulatie- en rekenmodellen tot de beste
toekenningsregels te komen. |
Goed nieuws heeft
minder mediawaarde dan slecht nieuws. Zo werd in het evaluatierapport over
de Wet op de Orgaandonatie (WOD) en in de publieke en kamerdiscussies die
hierop volgden voornamelijk aandacht besteed aan de gevolgen van deze wet op
het donororgaanaanbod. Dat de WOD ook beoogde een rechtvaardiger
verdeelsysteem te creëren voor deze schaarse organen is minder bekend. Ook
is niet alom bekend dat de zoektocht naar het verbeteren van verdeelsleutels
tot een van de doelstellingen van de WOD behoort, evenals van de stichtingen
Eurotransplant International Foundation (ETI)
en de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).
|
| |
 |
Toekenningsregels |
Eurotransplant is al 35 jaar de
orgaanverdelingsorganisatie voor patiënten uit België, Nederland, Duitsland,
Oostenrijk, Luxemburg en sinds twee jaar ook voor Slovenië.
Oorspronkelijk werd Eurotransplant
opgericht om zo goed mogelijk nieren met passende weefselkenmerken toe te
kennen aan de patiënten op de nierwachtlijst. Dat gebeurt nog steeds, om de
eenvoudige reden dat organen met vreemde weefselkenmerken, zelfs in dit
tijdperk van krachtige immunosuppressiva, slechtere overlevingskansen
hebben, zowel kort na de transplantatie als op de lange termijn.
Orgaanuitwisselingsorganisaties over de gehele wereld wijzen donornieren toe
aan patiënten volgens hun weefselkenmerken: het HLA-systeem. Het proces van
orgaantoewijzing gebeurt volgens zeer strikte regels. Met de diverse
nationale transplantatiewetten als kader worden de toekenningsregels - die
moeten leiden tot een optimale verdeling van de schaarse organen -
geformuleerd door de transplantatieartsen die zelf de regels bepalen voor
het welzijn van hun eigen patiënten.
In de loop der jaren werden voor verschillende patiëntengroepen extra
toekenningsregels opgesteld die niet louter zijn gebaseerd op het matchen
van de weefselkenmerken. Rekenmodellen hadden namelijk aangetoond dat
sommige groepen patiënten op de nierwachtlijst later dan anderen een nier
krijgen aangeboden.6 Er werden toekenningsschema’s opgesteld waarbij
kinderen extra punten krijgen en aan mensen met zeldzame weefselkenmerken
een bonus wordt toegekend, waardoor ze meer naar voren schuiven op de
wachtlijst.
Dus in plaats van een
weefselkenmerkgestuurd toekenningssysteem is het nu een systeem gebaseerd op
weefselkenmerken, met extra reddingsprotocollen voor die mensen aan wie
anders nooit of extreem laat een orgaan krijgen toegekend. Met dit systeem
wordt ernaar gestreefd de grootst mogelijke rechtvaardigheid te creëren voor
de gehele patiëntengroep.
|
| |
 |
Wachttijd |
Hooggeïmmuniseerde patiënten, dat wil zeggen patiënten met zeer veel
antilichamen, hebben een zeer groot risico op afstoting van een aangeboden
orgaan. Als deze patiënten in het normale systeem wachten, bedraagt hun
wachttijd voor een transplantatie tweemaal zo lang als die van
niet-geïmmuniseerde patiënten. Al ruim vijftien jaar bestaat voor deze
patiënten binnen Eurotransplant de mogelijkheid in een speciaal programma
mee te draaien. Dit programma is gebaseerd op de actieve zoektocht naar
passende donororganen voor deze categorie van moeilijk te transplanteren
patiënten.
De gemiddelde tijd die een getransplanteerde patiënt op de wachtlijst stond,
bedroeg vierenhalf jaar. Men hoeft geen populatiestatisticus te zijn om te
weten dat oude nierpatiënten op de wachtlijst een hogere kans hebben om te
sterven voordat ze een orgaan krijgen aangeboden dan jongere patiënten. Om
deze oude mensen een kans te geven snel een transplantaat te krijgen zonder
hierbij de jongere patiënten te benadelen, werd het Eurotransplant Senior
Programma (ESP) ontwikkeld. Oude donornieren worden met voorrang toegekend
aan oude patiënten op de wachtlijst. Een van de wetenschappelijke ideeën die
ten grondslag lag aan dit programma was de hypothese van het in balans
brengen van de functionele capaciteit van de donornier (lager bij oude
donornier door nefronverlies over de jaren) en de functionele vraag van de
patiënt (lager bij oude patiënt door een minder actief leven).
Gedurende de eerste twee jaar van dit programma werd al waargenomen dat de
gemiddelde wachttijd van oude patiënten was gedaald naar twee jaar. Ook werd
geconstateerd dat centra die aan het programma meededen, vaker een nier van
een aangemelde oude donor gebruikten voor transplantatie in vergelijking met
de centra die niet meededen aan het ESP.
|
| |
 |
Voorrang
|
Voor patiënten die wachten op een hart, long of lever én bij wie alle
medische therapieën hebben gefaald, kan alleen een transplantatie
levensreddend zijn. De meeste toekenningsregels voor orgaantransplantatie
zijn hier geënt op de combinatie van medische urgentie en wachttijd, alsmede
de overeenstemming wat betreft bloedgroep en lengte. Binnen de klasse van
mensen die even ziek zijn, wordt de langst wachtende gekozen. Bij toewijzing
van een orgaan aan een centrum - situatie vóór de WOD - volstond het om met
ruime definities van deze medische-urgentieklassen te werken; de behandelend
arts zou dan toch wel de ziekste patiënt op de lijst kiezen.
Met de patiëntgerichte toekenningsregels conform de WOD is het de centrale
computer bij Eurotransplant die bepaalt wie welk orgaan krijgt. leder land
binnen Eurotransplant heeft zijn eigen wetgeving, vandaar dat ook per land
enigszins verschillende allocatieschema’s werden opgesteld. Nederlandse
patiënten op de wachtlijst voor hart- en/of longtransplantatie krijgen een
urgentielabel van hun eigen arts, waarmee de prioriteit wordt bepaald,
terwijl de hoogste urgentiestatus voor Duitse patiënten alléén wordt
toegekend nadat een onafhankelijke groep clinici ermee akkoord gaat. Bij
hart-, long- en leverallocatie wordt ook steeds meer getracht de patiënten
met de kortste levensverwachting het eerst een transplantatie aan te bieden
en vermindert het belang van de opgebouwde wachttijd in de
toekenningsprocedure. De Amerikaanse organisatie die de orgaanuitwisseling
regelt (United Network Organ Sharing, UNOS), staat zelfs op het punt een
toekenningssysteem voor organen te introduceren waarbij louter wordt gekeken
naar de ernst van de ziekte.
Simulatiestudies op basis van reële hartwachtlijstgegevens van Eurtransplant
tonen ook duidelijk aan dat de gemiddelde wachtlijststerfte - bij een gelijk
donororgaanaanbod - kan dalen als organen uitsluitend op basis van medische
urgentie worden toegekend. Voor het niertoewijzingssysteem bestaat deze
trend van een medische urgentie aangestuurd systeem niet, omdat er
behandelingsalternatieven, zoals dialyse, bestaan voor patiënten op de
nierwachtlijst.
|
| |
 |
Wachtlijstbeheer
|
Het paradigma van de transplantatiegeneeskunde als wondermiddel voor
patiënten in een eindstadium van orgaanfalen, heeft de laatste decennia
drastische wijzigingen ondergaan. De pionier-chirurgen werden helden en hun
eerste succesvolle transplantaties waren mijlpalen in de geschiedenis van de
geneeskunde.
In de loop van de tijd werd transplantatie gezien als ‘gewone’ therapie voor
de behandeling van mensen die in het eindstadium van orgaanfalen zijn
beland.
Nu, anno 2002,
verschijnen er steeds meer kritische artikelen over de zin en onzin van
transplantatie. Voor patiënten is deze reflectiefase zeer gunstig, omdat het
eigenlijk neerkomt op een herdefiniëren van indicaties voor een
transplantatie.
Nooit had men
twintig jaar geleden kunnen voorzien hoe groot het probleem zou worden dat
werd gecreëerd met de introductie van goede afweeronderdrukkende medicijnen.
Doordat de overlevingskansen hiermee aanzienlijk toenamen, werden alsmaar
bredere indicaties gesteld voor transplantatie. Meer patiënten werden op een
wachtlijst geplaatst en dit fenomeen, in de context van een stagnerend
donoraanbod, leidde tot de wachtlijsten van nu, met alle desastreuze
gevolgen van dien.
Bij het zoeken naar oplossingen voor het probleem van het tekort aan
donororganen hoort dus ook een goed wachtlijstmanagement. Dit
wachtlijstmanagement valt natuurlijk onder de verantwoordelijkheid van een
transplantatieprogramma. Echter, het gehele systeem kan alleen optimaal
functioneren als op nationaal en internationaal niveau duidelijke afspraken
worden gemaakt over wie voor een transplantatie in aanmerking kan komen en
wie niet.
|
| |
 |
holy
grail |
Net als in het verhaal van koning Arthur zal de holy grail, in dit geval de
optimale verdeelsleutel voor donororganen, nooit worden gevonden. Waarom
niet? Om de eenvoudige reden dat in geen enkel orgaanverdeelsysteem alle
patiënten die wachten op een orgaan ook tijdig een passend aanbod zullen
krijgen. Er is gewoonweg een tekort aan donororganen.
Deze schrijnende waarheid heeft Eurotransplant er echter nooit van
weerhouden om toch al het mogelijke te doen om alle kandidaten voor
transplantatie optimaal te laten meedingen naar een orgaan. Met dit doel
voor ogen werden draaiboeken geschreven om via simulatie- en rekenmodellen
te komen tot de best mogelijke orgaantoekenningsregels. Dat de definitie van
‘best mogelijke regel’ geen star begrip is, staat buiten kijf. Zowel de
patiënten- als de donorprofielen zijn in sterke mate aan veranderingen
onderhevig. Beide groepen zijn de laatste tien jaar verouderd en voor de
daarmee gepaard gaande comorbiditeitsproblematiek moesten oplossingen worden
bedacht.
Ook is een orgaanverdeelsleutel geen wet van Meden en Perzen. Op iedere
wachtlijst staan immers mensen die door vaak eenvoudig te verklaren
factoren nooit of pas na zeer lang wachten aan de beurt komen. Zij krijgen
alleen met een op maat gesneden programma een eerlijke kans op een
orgaanaanbod.
|
| |
 |
J. Smits, MD, PhD
B. Cohen, MBA, PhD |
 |
Eurotransplant International Foundation |
|
|
|
|