|
Ga hier direct naar: |
|
mijn update
11 November 2006
|
|
|
Hoofdmenu: |
|






 |
| |
|
Submenu: |
|


 |
| |
|
Foto album: |
|


 |
| |
|
 |
|
 |
| |
| |
 |
Wachtlijstperiode
 |
Bezoek
lotgenotencontact dag, problemen nog niet opgelost, keuze maken, niet
op vakantie ... |
|
| |
 |
Vrijdag
16 februari 2001. |
Gisteren ben ik niet naar Dekkerswald geweest. Ik was de laatste week nogal
druk, waardoor ik het nu even rustig aan moet doen, ook de lange wachttijd
begint zijn tol te eisen, ik kan er slechter tegen dan ik dacht, maar goed,
het is niet anders.
Magda
is twee weken geleden op controle in Groningen geweest, en de berichten daar
vandaan zijn gunstig, men is in goed overleg met het UMCU (Universitair
Medisch Centrum Utrecht), zodat ook daar spoedig gestart kan worden met
longtransplantaties. Ook zijn er het afgelopen jaar 18 patiënten
getransplanteerd, een tevreden resultaat.
Gisteravond belde Magda mij echter met slecht nieuws, Theo is op 5 februari
jl. op 37 jarige leeftijd overleden, (ik had in
november nog met hem
gesproken) een zwaar verlies, vooral voor zijn vrouw en twee kleine
kinderen. Je wordt er hierdoor even bruut aan herinnert dat het ook fout kan
gaan. Evenals Netty zullen wij hem nooit vergeten.
|
| |
 |
Donderdag 22 maart 2001. |
Opnieuw
zijn er al weer 4 maanden voorbij, dus op naar Groningen maar weer. Ook deze
keer was het Dr. Ouwens die het spreekuur deed. Uiteraard wilde hij alles
weten van de laatste 4 maanden. Ondanks dat ik geen infecties heb gehad, is
mijn longfunctie nu toch iets achteruit gegaan, ik had dit al een beetje
verwacht, omdat de dingen die ik nog doe, mij steeds zwaarder vallen en meer
energie kosten. Ook de lange wachttijd begint zijn tol te eisen, iets wat ik
van mijzelf niet had verwacht, ik kan op het moment slecht tegen de hele
situatie en dit drukt zwaar op mijn gezin. Daarnaast speelt mee dat er
tussen de controles door er geen contact is met het transplantatieteam,
terwijl dit tijdens de screening wel wordt toegezegd.
Dr.
Ouwens begrijpt dit alles terdege, en er zal aan gewerkt worden, deze klacht
werd door meerdere patiënten gedeeld. Daarom is er naast Dickie Bosscher en
Stieneke nog een extra kracht als verpleegkundig consulent (Otto Bosma)
aangenomen. Daarnaast is het natuurlijk altijd mogelijk om zelf contact met
hen op te nemen, want daar zijn zij voor. Echter ik ben nu eenmaal niet
iemand om zelf te bellen, omdat ik dan bang ben ze lastig te vallen, ze
hebben het al zo druk zeg ik dan.
Dr.
Ouwens haalde nog een lijs tevoorschijn, wat een kopie van de wachtlijst
bleek te zijn. Ik sta in mijn groep al aardig bovenaan… Echter met mijn
bloedgroep (O-negatief), kan ik alleen maar van een donor ontvangen die ook
bloedgroep O heeft. (bij ander bloedgroepen zijn er meer mogelijkheden) Ook
lichaamslengte speelt hierbij een grote rol.
Ook
zijn de maatstaven voor toewijzing enigszins aan het veranderen; normale
procedure is dat, degene die het eerst gescreend en op de wachtlijst
geplaatst is, ook het eerst aan de beurt is (first select), echter nu
gebeurd het steeds vaker dat diegene die het slechts er aan toe is (dus met
de kortste levensverwachting) de donor krijgt toegewezen. (urgent select)
Een logische zaak natuurlijk, maar iemand die medisch stabiel blijft, zoals
ik, schiet daar nu even weinig mee op. Ik hoop toch, nu snel aan de beurt te
zijn, maar ja, iedereen doet zijn best, dus afwachten maar…
|
| |
 |
Zaterdag
24 maart 2001. |
Opnieuw
naar Groningen, deze keer voor een patiëntendag, georganiseerd door
Harten Twee, in samenwerking met Dickie Bosscher. Ook Magda was
aanwezig. We werden ontvangen met koffie, Magda en ik waren de enige die op
de wachtlijst stonden de andere aanwezige waren hart- en
longgetransplanteerden, voor ons een unieke kans om hun ervaringen te horen.
Na de koffie gingen we naar een leeszaal, waar twee artsen zouden vertellen
over gevolgen van het medicijnen gebruik na de transplantatie.
Als
eerste Dr. J. broekroelofs, internist. Hij houdt zich vooral bezig met het
onderzoek naar de gevolgen voor de nieren door het medicijnen gebruik. Hij
legt uit waarom het nierfunctie onderzoek (nierpomp) zo belangrijk is, ook
na de transplantatie.Cyclosporine, een zeer belangrijk medicijn om afstoting
tegen te gaan, heeft nierfunctie verlies tot gevolg. Het is dus steeds
“schipperen” met de doses die men moet innemen, en regelmatige controle is
hier dan ook noodzaak.
Longpatiënten hebben vaak een gezonde nierfunctie, maar na de transplantatie
treed er, door het eerder genoemde medicijn, een achteruitgang van de
nierfunctie op, vooral in de eerste maand, en dit verlies herstelt zich niet
meer.
Na 1
jaar is vrij goed te zeggen, of het transplantaat behouden blijft of niet.
Veel problemen betekent verlies, weinig problemen betekent behoud, waardoor
de periode van acuut gevaar voorbij is. Factoren die hierbij een grote rol
spelen, en waar dus scherp toezicht op wordt gehouden, is het cyclosporine
gehalte en de bloeddruk. Ook speelt hierbij het genethisch (erfelijk)
materiaal een grote rol, veel weet men hiervan al over, ook al is dit
allemaal nog in onderzoeksfase. Het nierfunctie onderzoek zal dus ook na de
transplantatie terug komen.
Hierna
was het de beurt aan Dr. Verschuuren, de internist van het
longtransplantatieteam. Hij vertelde ons over het P.T.L.D. (Post
Transplantatie Lymfoon). Dit is een relatie met het Epstein-Barr virus, of
wel, de ziekte van Pfeiffer. Ongeveer 90% van alle Nederlanders draagt dit
virus bij zich, en bij een verminderde weerstand, kan het zich openbaren.
Bij longtransplantatiepatiënten is bekend dat 5 tot 20% P.L.T.D. krijgt en
30% krijgt een actief virus. Het is daarom belangrijk om de weerstand zo
goed mogelijk te houden.
Na deze
interessante lezingen werd ons een lunch aangeboden. Tijdens het eten kwamen
langzaam de gesprekken op gang met de mensen die de transplantatie al hadden
ondergaan. Eén mevrouw was bijvoorbeeld één van de eerste in ons land, die
was getransplanteerd, zij had maar 24 uur op de wachtlijst gestaan, dit was
nu al 10 jaar geleden!! Ze maakt het zeer goed.
Na de
lunch werd er een filmpje getoond over de
World Transplant Games. Deze wordt ondermeer gebruikt voor
donorwerving. Eén van de sporters die in dit filmpje te zien is, was ook
aanwezig bij ons, hij had in 1985 een harttransplantatie gehad. Deze film
maakte nogal wat emoties los bij alle aanwezigen, zo konden Magda en ik ons
nog geheel geen voorstelling maken, dat wij weer zouden kunnen sporten, laat
staan fietsen.
Tot
slot kregen wij nog wat te drinken aangeboden en gelegenheid nog wat na te
praten. Hierbij maakten wij kennis met Otto Bosma, de nieuwe verpleegkundig
consulent. Al met al was het een lange, leerzame en emotionele dag, die
zeker voor herhaling vatbaar is.
|
| |
|
Maandag 2
april 2001.
Vandaag
weer even bij Dr. Festen op controle geweest. Uiteraard kon hij opnieuw niet
meer doen dan luisteren naar de laatste gebeurtenissen, we hopen beide dat
het wachten spoedig voorbij zal zijn, intussen maar weer zorgen dat mijn
conditie op peil blijft.
|
| |
 |
Donderdag 26 april 2001. |
Vandaag
heb ik twee brieven ontvangen.
De
eerste brief komt van dhr. Wijnberg (advocaat), deze schrijft dat de
beloftes, gedaan door minister Borst eind vorig jaar, volgens hem, niet
voldoende zijn nagekomen.
Toen is
er afgezien van een gerechtelijke procedure, maar nu een aantal zaken toch
veel langer duurt dan is toegezegd, wil hij nu een kort geding, tegen de
staat, de zorgverzekeraars en het bestuur van de betrokken ziekenhuizen,
aanspannen, en wel op 22 mei a.s. in Den Haag. Het gaat er vooral om dat hij
op deze wijze weer even de publiciteit zoeken, om op deze manier een
snellere goede samenwerking tussen de longtransplantatiecentra te
bevorderen.
Van
mij, wil hij, nu weten of hij mijn medische gegevens nog mag gebruiken in de
dagvaarding.
Ik kan
hier wel mee instemmen, maar plaats wel een paar kanttekeningen, deze heb ik
middels een brief aan dhr. Wijnberg geschreven. Zo mag er natuurlijk geen
afbreuk worden gedaan aan de kwaliteit van de transplantaties, ook vind ik
dat de artsen niet veel kunnen doen aan de ontstane problemen. Daarnaast
moet duidelijk vermeld worden dat wij als patiënt op deze manier absoluut
geen voorrang willen bepleiten. Ik werk uitsluitend mee omdat ik dit in mijn
onmacht de enige manier vind om iets te kunnen doen!
De
tweede brief was van Dr. vd. Bij, hoofd van het longtransplantatieteam in
het AZG te Groningen. Er wordt op dit moment hard gewerkt met een team uit
het UMCU om zo snel als mogelijk ook daar met het
longtransplantatieprogramma te kunnen starten, de verwachting is dat dit nu
niet lang meer duurt.
Daarom
wordt er nu alvast aan iedereen die op de wachtlijst staat, de mogelijkheid
geboden, om de voorkeur uit te spreken, waar men verder behandeld
(getransplanteerd) wil worden. Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat de
positie op de wachtlijst gehandhaafd blijft, er wordt door Eurotransplant
immers maar 1 wachtlijst gehanteerd. Binnenkort zullen wij door het team
gebeld worden, om onze keuze kenbaar te maken.
Ik vind
dit een moeilijke beslissing, gezien de afstand is Utrecht een logische
keuze, maar gevoelsmatig denk ik toch voor Groningen te kiezen. Ik ben daar
al goed bekend met het verplegend personeel en de artsen, dit geeft een
vertrouwd gevoel, iets wat ik veel belangrijker vind dan de afstand! Ook
Eef, en familie, met wie ik dit heb besproken, delen mijn mening.
|
| |
 |
Zaterdag
28 april 2001. |
Vandaag
ben ik, samen met Magda, naar de ledenvergadering en tevens contactdag van
Harten Twee geweest in De Glind, een klein plaatsje in de buurt van
Barneveld.
Het was
een hele leuke dag, er waren ongeveer 60 mensen aanwezig, zowel hart- als
longgetransplanteerden. Nadat de vergadering snel was afgewerkt, was het
verder een gezellig samenzijn. Na de lunch trad er een theatergroep op (3
personen), die een kort stukje speelden, waarin het publiek een grote rol
was toebedeeld.
Ondanks
dat Magda, Simone en ik de enige waren die nog niet getransplanteerd zijn,
werden wij gelijk door de groep opgenomen en ontstonden er al snel
interessante gespreken. We hebben verschillende ervaringen, positief en
negatief, kunnen horen, en veel informatie opgedaan die ons na de
transplantatie van pas kunnen komen.
Een
dergelijke dag geeft je weer een positieve kijk op de dingen die komen gaan.
|
| |
 |
Dinsdag
8 mei 2001. |
Vanmiddag ben ik gebeld door Dr. Verschuuren, internist van het
transplantatieteam in Groningen. Hij wilde praten over de keuze die ons per
brief al was geboden, nl. of ik nu in Utrecht, Rotterdam of Groningen
getransplanteerd wilde worden, daarbij merkt hij op dat, wanneer ik voor één
van de anderen zou kiezen, daar eerst mijn medische gegevens bekeken worden,
en dat men dan het recht heeft mij te adviseren in Groningen te blijven.
Ik heb
hem uitgelegd, dat ik, ondanks de afstand, toch gewoon in Groningen onder
behandeling wil blijven, omdat dit gevoelsmatig, voor mij, al zeer vertrouwd
is. Door het lange voortraject ken ik de artsen en het verplegend personeel
al vrij goed. Mijn gezin staat hierin achter mij. Ook mijn medewerking aan
de komende rechtszaak tegen de staat, komt nog even ter spraken.
Ik heb
hem uitgelegd waarom ik hieraan meewerk, het geeft mij een gevoel toch iets
te doen, ook al zal (en mag) dit geen voordeel voor mij opleveren. Het is
meer om aandacht vragen voor de problemen in de gezondheidszorg, in de hoop
dat dit dan een verbetering op levert. Dr. Verschuuren verzekert mij dat dit
geen invloed heeft, in hun opstelling tegenover mij. Ze mogen het niet
officieel uitspreken, maar als artsen staan ook zij achter deze zaak.
|
| |
 |
Maandag
14 mei 2001. |
Ik ben
gebeld door mevr. Hilde Akkerman, zij verzorgt de communicatie tussen ons en
de advocaat (dhr. Wijnberg), tevens is zij ook diegene die zich met de pers
bezig houdt. Zij wilde mijn situatie van dit moment weten, bv. wat ik
dagelijks nog kan doen, de situatie binnen mijn gezin en omgeving, en de
voorgeschiedenis. Op deze manier wil dhr. Wijnberg een zo goed mogelijk
inzicht krijgen van onze ziekte en omstandigheden, dat is natuurlijk van
belang bij het komende proces. Overigens werk ik hier, voor de buitenwereld,
anoniem aan mee.
Het
gaat moeizaam de laatste tijd, ik kan thuis steeds minder hebben, en raak
door de kleinste dingen geïrriteerd. Hierdoor ontstaan de nodige spanningen,
ik wou dat er een manier was om dit te voorkomen, een goed gesprek helpt,
maar toch… Met degene van wie ik het meest houd, praat ik veel moeilijker,
dan met anderen, waarom? Ik weet het niet, waarschijnlijk omdat ik mij
schuldig voel over al die dingen die ik niet meer met hen en voor hen kan
doen.
Ook heb
ik besloten dit jaar niet op vakantie te gaan, dit is ook een te grote
inspanning geworden, wij kampeerden altijd in een caravan. Het was een
moeilijke beslissing, die door mijn gezin wel wordt geaccepteerd, maar mij
goed dwars zit. Je zou zeggen, huur dan een huisje, maar dit is helaas in de
vakantieperiode veel te duur voor ons. We moeten er maar het beste van
maken, en hopen dat er toch snel donorlongen voor mij zijn.
|
| |
|