Martijn Tunnissen is helaas op dinsdag 2 november 2004 overleden.
Hij stond 123 dagen op de wachtlijst voor longtransplantatie.

Welkom op de site longtransplantatie van Martijn Tunnissen

Home.

Biografie.

Wat is CF.

Dagboek.

De keuze longtransplantatie.

Voorbereiding screening.

Standaard screening.

Opname screening.

Wachttijd.

Eurotransplant.

Vraag & Antwoord.

Links.

Fotoboek.

De screening.

Inleiding.

Het doel van de screening in na te gaan of je in aanmerking komt voor longtransplantatie. Het kan voor jezelf en naasten een ingrijpende periode zijn. Een periode waarin veel gebeurt en waarvan veel afhangt. Tijdens de screening zullen we een aantal onderzoeken bij je gaan doen. Over ieder onderzoek vindt u algemene informatie en een korte uitleg over het verloop. Naast de onderzoeken die worden genoemd kan het voorkomen dat er nog andere onderzoeken worden gedaan. Een belangrijk onderdeel van de screening is te zorgen dat de conditie verbetert en dat je die vast houdt. Je zult daarom te maken krijgen met een fysiotherapeut en diëtist. Ook zullen een maatschappelijk werker en de longtransplantatieverpleegkundige op bezoek komen.

Onderzoeken van de longen.

Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar het functioneren van de longen om een goed beeld te krijgen van de ernst van de ziekte. Dit is van belang voor het bepalen van het goede moment om op de wachtlijst voor een longtransplantatie te komen. Verder kunnen de chirurg en de anesthesioloog op basis van de informatie uit de onderzoeken nagaan of er problemen te verwachten zijn bij de operatie.

  • Longfunctieonderzoeken.

De diverse longfunctieonderzoeken samen geven een beeld van het functioneren van de longen. Daarnaast zijn de metingen van belang voor de fysiotherapeut om inzicht te krijgen in de mogelijkheden en beperkingen. Hieronder vindt u een korte omschrijving van de onderzoeken.

  • Longvolumina onderzoek.

Het doel van dit onderzoek is om te meten hoe groot de longen zijn. Je ademt via een mondstuk in een apparaat dat de hoeveel­heid lucht in de longen meet. Het onderzoek duurt ongeveer een kwartier.

  • Bodybox onderzoek.

Bij dit onderzoek wordt de moeite die je moet doen om te kunnen ademen en de inhoud van de longen gemeten. Je zit tijdens het onderzoek in de bodybox, een soort glazen kast vergelijkbaar met een telefooncel, waarin je een aantal blaasoefeningen gaat doen. Het onderzoek duurt ongeveer een kartier.

  • Diffusie onderzoek .

Afhankelijk van de longaandoening wordt er een diffusie onderzoek gedaan. Dit onderzoek meet de snelheid waarmee zuurstof in het bloed wordt opgenomen. U krijgt een mondstuk in de mond en een klemmetje op de neus. De laborante vertelt je precies welke ademhalingsoefeningen je moet verrichten. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.

  • Ergometrie (inspanningstest).

Het doel van dit onderzoek is om het functioneren van de longen te meten tijdens inspanning. Deze inspanning levert  door te fietsen op een hometrainer. Van te voren krijg je een soort infuusnaaldje in de polsslagader om tijdens het onderzoek regelmatig bloed te kunnen afnemen. Vooraf en tijdens de ergometrie zal er een ECG (hartfilmpje) gemaakt worden. Ook wordt de bloeddruk regelmatig gemeten. De belasting van de hometrainer wordt elke drie minuten zwaarder afgesteld. De aanwezige arts zal nauwgezet beoordelen of je de inspanning nog aan kan.

  • Shuntonderzoek.

Het shuntonderzoek wordt aansluitend aan de ergometrie verricht. Het doel van het shunt onderzoek is om te meten hoeveel zuurstof het bloed maximaal kan opnemen. Bij dit onderzoek lever je opnieuw inspanning door te fietsen op de hometrainer, alleen nu krijgt je via een mondstuk waardoor je ademhaalt, zuurstof toegediend. Tijdens het shuntonderzoek wordt ook weer een hartfilmpje gemaakt, de bloeddruk gemeten en bloed afgenomen. De ergometrie en de shuntonderzoek duren samen ongeveer drie uur.

Beeldvormende onderzoeken.

  • Thoraxfoto's.

Thoraxfoto’s zijn röntgenfoto’s van je hart en longen. Op deze manier wordt er een beeld verkregen van de plaats en uitgebreidheid van de afwijking in de longen. Met behulp van de foto’s bepaalt de chirurg welke maat de longen hebben. Dit is van belang voor de transplantatie omdat je maten overeen moeten komen met de maten van de donor.

  • CT-scan.

Bij de CT-scan worden dwarsdoorsnedefoto’s van de borstkas (inclusief de longen) gemaakt met behulp van een computer. Hierdoor wordt een gedetailleerde beeld verkregen van de borstkas. Op de röntgenafdeling krijgt je contrastvloeistof toegediend via een infuus waardoor de bloedvaten in uw borstkas zichtbaar worden op de scan. Tijdens het maken van de CT-scan ligt u in een soort korte tunnel. De röntgenbuis die de opnames maakt, draait om je heen.

  • Ventilatie-perfusiescan.

Een ventialtie-perfusiescan houdt in dat twee foto’s worden gemaakt. De perfusiescan is om te kijken hoe gelijkmatig de doorbloeding van de longen is en of er een verschil is tussen de doorbloeding van je linker- en rechterlong. Via een infuus wordt een radioactieve stof in de bloedbaan gebracht. De radioactieve stof is zichtbaar op de scan. Door de verspreiding van deze stof is het mogelijk de doorbloeding van de longen vast te leggen. Met de ventilatiescan is te zien hoe gelijkmatig de lucht de luchtdoorstroming van de longen is en of er verschil is tussen de luchtverdeling in uw linker- en rechterlong. Hierdoor ademt u via een mondstuk radioactieve lucht in. Door de verspreiding van deze stof kan de luchtdoorstroming en de luchtverdeling over beide longen met de scan worden vastgelegd. Samen duren deze onderzoeken ongeveer een uur.

Onderzoeken van het hart.

Er wordt onderzoek gedaan naar de werking van het hart. Informatie over de hartfunctie is belangrijk voor een grote operatie als een longtransplantatie. Zowel voor de chirurg als voor de anesthesioloog.

  • Elektrocardiogram (ECG).

Een ECG is een hartfilmpje. Je krijgt elektroden op het lichaam geplakt, waarmee de elektrische activiteit van het hart wordt geregistreerd. Het onderzoek duurt ongeveer 10 minuten.

  • Echocardiogram.

Om meer te weten te komen over de werking en de anatomie van de hartspier en hartkleppen, maken ze een echocardiogram. Je krijgt een soort apparaat (taster) op de borst. Dit apparaat zendt onschadelijke geluidsgolven uit die door het hart worden weerkaatst. Op een monitor is dan een afbeelding van het hart en de bloedstroom te zien. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.

  • Hartkatheterisatie.

Een hartkatheterisatie wordt uitgevoerd als je 50 jaar of ouder bent. Daarnaast kan er een specifieke reden zijn om dit onderzoek te doen. Met een hartkatheterisatie worden de bewegingen van het hart, de functie van de hartkleppen en het verloop van de kransslagaderen vastgelegd op een röntgenfilm. Ook de bloeddruk in het hart en in de longvaten wordt gemeten. Wanneer de bloeddruk in uw longvaten verhoogd is, wordt nagegaan of deze reageert op het toedienen van zuurstof en medicijnen. Je krijgt een plaatselijke verdoving in de lies. Daarna wordt een dun slangetje (katheter) via de lies door de bloedvaten naar het hart geschoven. Via de katheter wordt een contrastvloeistof in de holten van het hart gespoten om deze goed zichtbaar te maken. Na het onderzoek wordt de katheter verwijderd. Om nabloeden te voorkomen krijgt je een drukverband op de plaats waar de katheter is ingebracht. In verband met de kans op nabloeden moet je bedrust houden. Het onderzoek duurt anderhalf tot twee uur.

Infectiepreventie.

Een belangrijk onderdeel van de screening is een nauwkeurig onderzoek van het lichaam om mogelijke infectiebronnen op te sporen. Na de transplantatie zul je een aantal medicijnen moeten gebruiken om afstoting van de donorlong(en) te voorkomen. Deze medicijnen onderdrukken je natuurlijke afweersysteem. Hierdoor zult je extra vatbaar zijn voor infecties, zowel voor infecties van buiten het lichaam als voor infecties door bacteriën en virussen die je al bij je draagt. Om de kans op infecties vanuit je eigen lichaam zo klein mogelijk te houden, is het noodzakelijk bestaande of mogelijke infectiebronnen op te sporen en te behandelen. Hierdoor is beschreven welke onderzoeken daarvoor worden uitgevoerd.

  • Onderzoek van de mond.

De kaakchirurg controleert het gebit, kaken en tandvlees om ontstekingshaarden op te sporen. Hierbij worden röntgenfoto’s van het gebit gemaakt. Verstandskiezen geven vaak chronische ontstekingen en moeten zonodig uit preventief oogpunt worden getrokken. Zonodig moet het gebit (opnieuw) worden gesaneerd. De geadviseerde behandeling kun je, na de screening, bij  eigen tandarts of kaakchirurg laten uitvoeren. Vooral als er veel moet worden getrokken, kun je daarmee wachten tot je zeker weet dat je bent geaccepteerd voor longtransplantie.

  • Onderzoek van keel, neus en oren.

Afhankelijk van de longaandoening onderzoekt de KNO-arts, keel, neus en oren op mogelijke ontstekingen. Ook de röntgenfoto’s die gemaakt worden van de voorholten en de neusbijholten worden beoordeeld op ontstekingshaarden en eventuele andere afwijkingen. Soms is het nodig bestaande ontstekingen te behandelen voor dat je op de wachtlijst komt te staan.

  • Kweken.

Er worden diverse kweken (neus, keel, sputum, urine, ontlasting en zonodig andere) afgenomen om te kijken of er sprake is van een infectie.

  • Bloedonderzoek.

Het bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van verschillende bacteriën en virussen. Bacteriële infecties zijn te behandelen met een antibiotica. Virusin­fecties zijn moeilijker te behandelen. Wel is het mogelijk om na de transplantatie medicijnen te geven om te voorkomen dat bepaalde virussen actief worden en een infectie veroorzaken. Daarnaast zijn sommige virussen, bijvoorbeeld het Aids-virus, een bezwaar tegen longtransplantatie.

  • Mantoux.

Een mantoux-prik krijg je om te kijken of je besmet bent geweest met TBC. Je krijgt een injectie in de huid van de arm waarbij een kleine hoeveelheid vloeistof wordt ingespoten. Na drie dagen wordt gekeken of er een zwelling en verharding is ontstaan op deze plek.

Onderzoeken i.v.m. medicatie na de transplantatie.

Na de transplantatie krijgt je verschillende medicijnen voorgeschreven die afstoting van de donorlong tegengaan. Deze medicijnen kunnen bijwerkingen hebben bijwerkingen hebben. Het is daarom van belang dat bepaalde organen zoals de nieren en lever in goede conditie zijn. Een aantal van de onderstaande onderzoeken krijg je na transplantatie opnieuw zodat eventuele bijwerkingen zo vroeg mogelijk worden ontdekt. De onderzoeken uit de screening dienen dan als vergelijkingsmateriaal. Ook de conditie van de botten zal worden bekeken.

  • Nieronderzoek.

Met een nauwkeurig nierfunctieonderzoek, in het AZG ook wel ‘nier­pomp’ genaamd, wordt de nierfunctie onderzocht. Er wordt bekeken of deze stoffen goed worden uitgescheiden. De medicijnen die je na transplantatie gebruikt, moet je namelijk goed kunnen uitscheiden. Je krijgt via een infuus een radioactieve stof ingebracht die door de nieren weer wordt uitgescheiden. Om de schildklier te beschermen tegen deze radioactieve stof krijg je 10 druppels Lugol®. Gedurende 4 uren wordt bloed afgenomen en wordt de urine onderzocht. De totale duur van het onderzoek is ongeveer 5,5 uur.

Botonderzoek.
  • Botdichtheidsmeting.

Bij een botdichtheidmeting wordt het kalkgehalte van het botweefsel gemeten om de botdichtheid vast te stellen. Dit gebeurt door de doorlaatbaarheid van röntgenstralen in het bot te meten. Dit onderzoek is van belang in verband met het gebruik prednisolon na de transplantatie. Prednisolon kan botontkalking veroorzaken. Het onderzoek bestaat uit het maken van twee foto’s. Eén van de onderste wervels (lendenwervels) en één van de heupen. Tijdens het onderzoek ligt op een onderzoeksbed. Alle metalen voorwerpen (zoals knopen en gespen) moeten uit het onderzoeksgebied worden verwijderd. Elke foto duurt ongeveer twee minuten. Hierbij tast een röntgenstraal langzaam het te meten gebied af. Het is van belang dat je rustig en stil blijft liggen. Soms is het nodig nog een derde foto te maken. Die wordt dan gemaakt van je rechter- of linkeronderarm.

  • Röntgenfoto's van de wervelkolom.

Er worden röntgenfoto’s gemaakt om de vorm en de stand van de wervelkolom te bekijken. Het is op deze manier mogelijk inzakking van de wervels ten gevolge van botontkalking op te sporen. Dit is, evenals bij de botdichtheidmeting, van belang in verband met het prednisolon gebruik.

Andere onderzoeken.
  • Bloedonderzoeken.

Behalve het bepalen van uw bloedgroep en resusfactor is het ook nodig andere bloedwaarden te bepalen. Daarom zal regelmatig bloed van u worden afgenomen.

  • Onderzoek van urine en ontlasting.

De urine wordt gecontroleerd op ondermeer hoeveelheid en samenstelling. De ontlasting wordt nagekeken op aanwezigheid van wormen en eventueel op de hoeveelheid vet.

  • Aanvullende onderzoeken.

Afhankelijk van de ziekte en de uitslagen van de onderzoeken kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Dit kan bijvoorbeeld extra onderzoek van de maag, het hart en de buik zijn. 

Hulpverleners.

Tijdens de opname krijgt je te maken met verschillende hulpverleners. Hieronder vindt je de beschrijving van de wijze waarop je met een aantal van deze hulpverleners te maken krijgt en van wat zij doen.

  • Diëtist.

Voor een ingrijpende behandeling als een longtransplantatie is het belangrijk dat uw conditie en uw voedingssituatie zo goed mogelijk is. Zowel een te laag als een te hoog gewicht heeft een nadelige invloed op uw conditie en de longfunctie. Bij een te laag gewicht zal naast het vetweefsel ook het spierweefsel, waaronder uw ademhalingsspieren, afnemen. Een te hoog gewicht geeft problemen na de transplantatie. Een goede, diepe ademhaling, waarbij de donorlong(en) zich goed kunnen ontplooien is op dat moment namelijk van essentieel belang. De diëtist komt  langs om de voedingstoestand te bespreken. Zonodig kunt je samen een individueel aangepast voedingsplan opstellen, waarmee je een optimale voedingssituatie kunt bereiken.

  • Fysiotherapeut.

Om een zo goed mogelijke lichamelijke conditie te bereiken en vast te houden, krijgt u een oefenprogramma aangeboden. Vanaf het begin van de screening komt de fysiotherapeut regelmatig bij u langs. Het programma is ondermeer gericht op ademhalingsoefeningen, spierversterking in het algemeen en conditie verbetering. U leert ook ademhalings technieken voor de periode na de transplantatie. Na de screening gaat u thuis door met dit programma, eventueel onder begeleiding vanen fysiotherapeut bij je in de buurt.

  • Medisch maatschappelijk werker.

De maatschappelijk werker is betrokken bij de hele periode van screening tot en met de transplantatie en zal in een vroeg stadium van uw opname contact met u opnemen. De medisch maatschappelijk werker draagt zorg voor de begeleiding.

  • Longtransplantatieverpleegkundige.

De longtransplantatieverpleegkundige is uw contactpersoon in het ziekenhuis vanaf de screening tot na de transplantatie. Tijdens de screening komt deze verpleegkundige kennis maken en informeren over de transplantatie en alles wat daarmee samenhangt.

Naar boven.