Martijn Tunnissen is helaas op dinsdag 2 november 2004 overleden. Hij stond 123 dagen op de wachtlijst voor longtransplantatie.
Welkom
op de site longtransplantatie
van Martijn Tunnissen
De
voorbereiding.
Inleiding.
Voor een longtransplantatie zijn
veel mensen met een specialistische deskundigheid en geavanceerde
apparatuur nodig. Niet ieder ziekenhuis mag om die reden de operatie
uitvoeren. De minister geeft hiervoor een speciale vergunning af. Na
jaren van voorbereiding heeft het Academisch Ziekenhuis in Groningen
(AZG) in 1990 de eerste longtransplantatie uitgevoerd. Van 1990 tot
2002 heeft het AZG 200 longtransplantaties verricht. De
voorbereiding op een longtransplantatie is een lange en onzekere
weg. Om u een algemene indruk te geven van het traject dat wordt
afgelegd bij de voorbereiding op een longtransplantatie, hebben wij
de belangrijkste informatie op een rij gezet.
Als je in het AZG wordt opgenomen komt u in contact met
verschillende beroepsgroepen en afdelingen binnen het ziekenhuis. Er
is een longtransplantatieteam waarin al deze beroepsgroepen
vertegenwoordigd zijn. Aan het transplantatieteam zijn
longtransplantatieverpleegkundigen verbonden. Deze zijn het
aanspreekpunt in het ziekenhuis.
Algemeen.
In de ideale situatie zijn de
resultaten van een longtransplantatie op dit moment zo dat iemand na
een technisch geslaagde transplantatie en een probleemloos herstel
na de operatie, een vrijwel normaal inspanningsvermogen kan
bereiken. Daarna is hij/zij dan ook in staat normaal aan het
maatschappelijk leven deel te nemen. Toch verloopt een
transplantatie niet voor iedereen probleemloos. Het is een ingreep
met veel onzekerheden en risico’s. Allereerst bestaat er een
duidelijk operatierisico. In de fase daarna zijn er risico’s van
vooral afstoting en infectie. Op de langere termijn zijn er de
risico’s van de chronische afstoting en de bijwerkingen van de
medicijnen die je moet gebruiken om de afstoting tegen te gaan. In
het AZG blijkt dat een jaar na longtransplantie ongeveer 80% van
patiënten nog in leven is. Na vijf jaar ligt dit percentage rond de
60%. De kwaliteit van het leven na een transplantatie valt niet met
zekerheid te voorspellen. Ook de effecten van een transplantatie op
langere termijn zijn nog onzeker. Dat is de reden waarom er een
aantal strenge richtlijnen is vastgesteld waaraan iemand moet
voldoen om voor een longtransplantatie in aanmerking te komen.
Deze richtlijnen zijn:
Er is sprake van een
eindstadium van een longaandoening, met andere woorden er
is geen andere behandeling meer mogelijk.
Er bestaan ernstige klachten
Er is een beperkte
levensverwachting
Er zijn geen andere
lichamelijke of psychosociale problemen waardoor een
transplantatie niet mogelijk is.
Er zijn verschillende
longaandoeningen waarbij een longtransplantatie uitgevoerd kan
worden. Deze aandoeningen kunnen niet allemaal op dezelfde wijze
worden behandeld. Soms is het mogelijk iemand te behandelen met een
enkelzijdige longtransplantatie.
Bij andere longaandoeningen zal een dubbelzijdige
longtransplantatie, een hartlongtransplantatie of een
longlevertransplantatie de enige mogelijkheid zijn.
Het
longtransplantatieteam.
In het longtransplantatie wordt
besproken of je een geschikte kandidaat bent (dus voldoet aan de
gestelde richtlijnen) en voor welke vorm van transplantatie u in
aanmerking komt.
De belangrijkste leden van het longtransplantatieteam zijn:
Longartsen
Internisten
Thoraxchirurgen
Anesthesisten
Longfunctiedeskundigen
Longtransplantatieverpleegkundigen
Maatschappelijk werker
Fysiotherapeuten
Medewerkers van het
transplantatiesecretariaat
Onderzoeksmedewerkers.
Het longtransplantatieteam komt
één keer per week bij elkaar en weegt zo zorgvuldig alle voor
en nadelen tegen elkaar af, om een zo goed mogelijk advies te kunnen
geven over hem/haar specifieke situatie.
De aanmelding.
De aanmelding gebeurt door een
huisarts of specialist. Deze stuurt de medische gegevens op naar het
longtransplantatieteam. Hierna worden de gegevens in het
longtransplantatieteam besproken. Als hij bij deze eerste bespreking
geen duidelijke medische bezwaren naar voren komen, wordt je
uitgenodigd voor een wederzijdse kennismaking op de polikliniek.
Daar heb je een gesprek met een arts van het longtransplantatieteam.
De arts zal medische informatie vragen en lichamelijk onderzoek
doen; er wordt meestal bloed afgenomen, longfunctieonderzoek gedaan
en een röntgenfoto van de borstkas (thorax) gemaakt. Uiteraard zal
de arts ingaan op de vragen die je eventueel hebt. Als een
polikliniekbezoek vanwege de afstand en/of je conditie niet mogelijk
is. Dan wordt je een paar dagen opgenomen op een verpleegafdeling.
Na het kennismakingsbezoek worden je gegevens opnieuw in het team
besproken. Als longtransplantatie een behandeling lijkt te zijn,
wordt je nader onderzocht (gescreend).
De screening.
De screening kan soms voor een
deel in het ziekenhuis in de buurt uitgevoerd worden. Daarnaast
wordt u voor verder onderzoek opgenomen op een verpleegafdeling.
Het doel van de screening is:
Zeker stellen dat er sprake is
van een eindstadium van de longaandoening en er geen
andere mogelijkheden meer zijn.
Nagaan of er geen medische of
psychosociale bezwaren zijn tegen een transplantatie
Opsporen van specifieke
problemen die extra aandacht zullen vragen bij of na
transplantatie
Familie informeren over de
transplantatie
Kennismaking met een aantal
leden van het longtransplantatieteam.
In deze fase onderzoeken we
bloed, ontlasting, urine, de longen, het hart, de botten, de leveren
de nieren. Soms is nog extra onderzoek (door bijvoorbeeld een
oogarts of een KNO-arts) nodig om mogelijke infectiebronnen op te
sporen. Om een transplantatie te ondergaan zijn een goed gewicht en
een goede conditie belangrijk. De diëtiste komt dan langs om de
voedingssituatie te bespreken. Daarnaast wordt er gestart met een
oefenprogramma onder leiding van een fysiotherapeut. De
maatschappelijk werker komt langs om kennis te maken en is tevens
aanspreek punt voor psychosociale problemen.
De hele voorbereiding op een
transplantatie kan veel energie vergen. Het longtransplantatieteam
hecht er veel belang dat de keuze om een transplantatie te willen
ondergaan wordt gesteund door de mensen in de directe omgeving. Als
alle onderzoeken achter de rug zijn kun je gewoon naar huis. Wanneer
alle uitslagen binnen zijn, volgt opnieuw een bespreking in het
longtransplantatieteam.
Het
groenlicht-gesprek.
Nadat de gegevens in het
longtransplantatieteam zijn besproken en wanneer je een geschikte
kandidaat bent voor een longtransplantatie, krijg je uitnodiging
voor het zogenaamde groenlicht gesprek. Bij dit gesprek zijn er
leden van het longtransplantatieteam aanwezig. In dit gesprek
bespreekt het team wat voor een aantal mogelijkheden en beperkingen
van een longtransplantatie zijn. Daarnaast willen ze hoen of je
akkoord gaat met het behandelingsvoorstel.
Tijdens het groenlicht-gesprek leggen ze uit hoe alles verloopt bij
een donormelding en ze informeren het gebruik van de semafoon. Op
deze manier ben je 24 uur bereikbaar. Na het groen lichtgesprek
wordt je op de wachtlijst geplaatst en aangemeld bij Eurotransplant,
de organisatie van waaruit donororganen worden aangeboden.
De
wachttijd.
Als je op de
wachtlijst staat, begint misschien wel de zwaarste periode. In
verband met de donorschaarste kan niemand zeggen hoe lang het
wachten zal duren. Een dag? Een maand? Twee jaar, of zelfs nog
langer. En omdat de "ziekte" niet stilstaat, is de belangrijkste
vraag: komt de transplantatie nog op tijd?
U kunt de wachttijd, als dat mogelijk is, thuis doorbrengen. In deze
periode blijf je in principe bij je eigen specialist onder controle.
Daarnaast kom je als het mogelijk is 3x per jaar op de polikliniek
voor controle. Als een opname noodzakelijk is, gebeurt dit bij
voorkeur in eigen omgeving. In de wachttijd is het belangrijk dat de
conditie met behulp van fysiotherapie, voeding, medicamenten en
zuurstoftoediening zo goed mogelijk blijft. Bij ernstige infecties
kan het voorkomen dat je tijdelijk niet geschikt bent voor een
transplantatie.